Een clausule die aan de huurovereenkomst wordt toegevoegd en die stelt dat de huurder het verhuurde goed moet verlaten indien het wordt vervreemd.

Deze clausule geeft de verhuurder het recht om de huurovereenkomst bij verkoop van het onroerend goed te beëindigen. Zowel de verkoper als de koper van het onroerend goed kunnen de overeenkomst op basis hiervan beëindigen, maar de huurder kan het uitzettingsbeding niet inroepen. Wel moeten de nodige termijnen en vergoedingen worden gerespecteerd. Ook wanneer de huurovereenkomst een vaste datum heeft, kan het uitzettingsbeding worden ingeroepen. Bij een verkoop onder het beding van wederinkoop kan het echter pas worden ingeroepen wanneer de nieuwe eigenaar ook onherroepelijk eigenaar is geworden.