De wettelijke verplichting van een huurder om de gehuurde woning van voldoende huisraad te voorzien.

De stofferingsverplichting is wettelijk opgenomen en rust op elke huurder van een woning. De wet spreekt hier van de verplichting om een ‘genoegzame huisraad’ te voorzien. In de praktijk is de huurder dan ook verplicht om de woning van meubels en andere inboedel te voorzien. De wetgever voorziet geen minimum- of maximumbedrag, maar vaak wordt in de huurovereenkomst wel overeengekomen dat de stoffering minimaal de waarde moet hebben van één jaar huurgeld.

De stofferingsverplichting doet dienst als onderpand ten aanzien van de verbintenissen van de huurder. De verhuurder heeft immers een bijzonder voorrecht op de huisraad van de verhuurde woning. Dit wil zeggen dat de verhuurder, indien de huurder niet zou betalen, bij voorrang recht heeft op de inkomsten uit de gedwongen verkoop van de inboedel. De stofferingsverplichting gaat zelfs zo ver dat het de huisraad volgt. Een huurder die dus snel-snel even enkele spullen in een garagebox of bij een goede vriend stockeert, komt van een kale reis terug. Als verhuurder kan je de huurder zelfs vragen om hem bij intrede een inventaris te bezorgen van de huisraad, wat het eenvoudiger maakt om aan te tonen dat goederen die zich elders bevinden toch tot de huisraad behoren.

Wanneer een huurder niet voldoet aan zijn stofferingsverplichting en geen of onvoldoende huisraad voorziet (een te geringe waarde), kan dat een reden zijn voor de ontbinding van de huurovereenkomst.