De situatie waarbij de persoon die het hoogste bod heeft uitgebracht bij een openbare verkoop, de prijs uiteindelijk niet kan betalen. In de volksmond wordt het ook wel eens het “dwaas opbod” genoemd, naar het Franse “folle enchère”.

Bij een openbare verkoop gaan de eigendomsrechten meteen over naar de persoon die het hoogste bod heeft geplaatst, waardoor de oorspronkelijke eigenaar zijn eigendomsrechten verliest. Om de oorspronkelijke eigenaar te beschermen tegen een rouwkoop, heeft de wetgever verschillende beschermingsmaatregelen voorzien. In de praktijk zal de notaris de procedure van rouwkoop inzetten, waarna de oorspronkelijke koper nog acht dagen heeft om te betalen. In het andere geval wordt het onroerend goed opnieuw openbaar te koop aangeboden.

Wanneer de nieuwe openbare verkoop een lagere prijs oplevert dan deze van de rouwkoop, moet de eerste koper het verschil bijbetalen. Ook de kosten van de eerste verkoop zijn steeds ten laste van de eerste koper. Wanneer de nieuwe openbare verkoop daarentegen een hogere prijs oplevert, is de meerprijs voor de verkoper.

Bij een rouwkoop moet de oorspronkelijke koper de registratierechten betalen. De tweede koper moet daarentegen enkel registratierechten betalen op het eventueel verschil met het oorspronkelijk bod. In geval van een lager tweede bod is enkel het vast recht van toepassing. Als tweede koper is een rouwkoop fiscaal heel interessant. Hierdoor wordt er vaak een hogere prijs bekomen, wat dan weer in het voordeel speelt van de oorspronkelijke koper die het verschil niet moet bijpassen (maar alle kosten van de oorspronkelijke verkoop wel moet dragen).