Het recht van derden om, na de toewijzing van een onroerend goed tijdens de eerste zittingsdag van een openbare verkoop, alsnog een hoger bod uit te brengen. Dit recht is strikt beperkt en gereglementeerd en zal, indien het wordt uitgeoefend, resulteren in een tweede en laatste zittingsdag.

In de praktijk zal een notaris die een openbare verkoop organiseert het onroerend goed toewijzen aan de hoogste bieder op het einde van de eerste zittingsdag. Dit zal hij echter steeds doen onder opschortende voorwaarde van afwezigheid van een hoger bod. Dit omdat derden nog steeds over een recht van hoger bod beschikken.

Vanaf de eerste zittingsdag begint er automatisch een termijn van ‘vijftien dagen’ te lopen. Dat laatste is een verraderlijk begrip omdat enerzijds de termijn dan wel begint loopt van middernacht tot middernacht en alle weekdagen omvat, maar anderzijds wel wordt verlengd tot de eerstvolgende werkdag indien de laatste dag van de termijn zou vallen op een wettelijke feestdag, zaterdag of zondag. De termijn van vijftien dagen kan dus ook perfect achttien dagen duren.

Gedurende deze termijn van vijftien dagen kunnen derden nog steeds een hoger bod uitbrengen. De notaris is verplicht om hieraan de nodige publiciteit te verlenen, bijvoorbeeld door affiches aan te plakken en online aankondigingen te doen. Hierbij moet de notaris ook duidelijk vermelden gedurende welke termijn het recht van hoger bod kan worden uitgeoefend. Wie zijn recht van hoger bod wil uitoefenen, wendt zich tot de notaris.

Noteer wel dat niet elk hoger bod volstaat om het recht van hoger bod uit te oefenen. Het hoger bod moet immers 10% hoger zijn dan het hoogste bekomen bod tijdens de eerste zittingsdag. De wetgever legt wel een minimum en maximum op van respectievelijk 250 euro en 6.200 euro. Met de oplopende vastgoedprijzen indachtig, zal het hoger bod bijna altijd minimaal 6.200 euro extra moeten bedragen.

Wanneer er geen hoger bod komt, gaat het onroerend goed definitief naar de hoogste bieder van de eerste zittingsdag. Komt er wel een hoger bod, dan wordt het onroerend goed nog niet automatisch toegewezen aan de nieuwe hogere bieder. In dat geval komt er immers een tweede en laatste zittingsdag, met een biedprijs die begint bij die van de hogere bieder. Hierbij heeft de eerste hoogste bieder, net zoals eventuele derden, nog steeds de mogelijkheid om het nieuwe hoogste bod te overtreffen. Op het einde van deze tweede zittingsdag wordt het onroerend goed definitief toegekend.