Wordt ook wel eens een erfdienstbaarheid van doorgang, recht van uitweg of erfdienstbaarheid van uitweg genoemd. Het is een erfdienstbaarheid waarbij de eigenaar van een ingesloten perceel het recht heeft om zich via een ander perceel de toegang te verschaffen tot zijn eigen perceel.

Het recht van doorgang kan volledig automatisch ontstaan wanneer een eigenaar van twee percelen één perceel verkoopt, schenkt of verdeelt. De eigenaar van het ingesloten perceel (heersend erf) zal dan het recht hebben om zich via het ander perceel (lijdend erf) toegang te verschaffen tot zijn perceel, net zoals de oorspronkelijke verkoper ook dat recht had. In feite wordt de oorspronkelijke situatie op het moment van verkoop hier tot stand gehouden.

Daarnaast is het mogelijk dat het recht van doorgang contractueel wordt overeengekomen, bijvoorbeeld voor het aanleggen van een oprit die naar de achtertuin van een eigenaar loopt. Veelal wordt er dan een vergoeding voor het recht van doorgang overeengekomen. Het recht van doorgang kan in dat geval ook notarieel worden vastgesteld, waarna het een blijvend karakter heeft.

Indien bovenstaande mogelijkheden geen soelaas bieden, kan het recht van doorgang ook nog steeds via de rechter worden bekomen. Er mag dan wel geen sprake zijn van een vrijwillige insluiting en je moet in de mogelijkheid verkeren om een uitweg in te richten. De rechter zal dan op basis van artikel 682 van het Burgerlijk wetboek een recht van doorgang opleggen en uitspraak doen over de voorwaarden, de ligging en de vergoeding die de eigenaar van het lijdende erf moet krijgen.

Synonyms:
erfdienstbaarheid van doorgang, recht van uitweg, erfdienstbaarheid van uitweg