Een overeenkomst tussen twee partijen, waarbij de ene partij de andere partij zijn identiteit verleent om alzo bepaalde rechtshandelingen te stellen ten aanzien van een derde partij. De handelende partij doet dit in eigen naam en voor rekening van een derde. Hierin verschilt het van een lastgeving, waarbij de lastnemer niet alleen voor rekening maar ook in naam van de lastgever handelt.

Bij een naamlening is het voor de derde nooit geweten dat de medecontractant handelt voor rekening van een derde (de “achterman”). De overeenkomst van naamlening kan om verschillende redenen worden toegepast, die niet altijd even legaal zijn. Daarnaast wordt het vaak ook toegepast om emotionele barrages te overwinnen. Denk aan een broer die weigert om de woning van zijn ouders te verkopen aan een verstoten halfzus, of aan een activist die weigert om een grond te verkopen aan een welbepaalde projectontwikkelaar. Via de overeenkomst van naamlening worden zij op het verkeerde been gezet, waardoor het voor de achterman alsnog mogelijk is om het eigendomsrecht te verwerven.

Tussen de simulerende partijen wordt er altijd een overeenkomst gesloten die uiteraard verborgen is voor derden. Omdat die overeenkomst verborgen is, heeft de overeenkomst geen gevolgen voor de verkoper. De verkoper kan enkel de stroman aanspreken of tot de uitvoering dwingen. Hierop bestaat wel een uitzonderingssituatie indien de naamleningsovereenkomst zou uitlekken: dan kan de verkoper wel de achterman tot de uitvoering dwingen. De achterman kan de verkoper op zijn beurt nooit aanspreken.

Fiscaaltechnisch is er enerzijds sprake van een eigendomsoverdracht tussen de verkoper en de stroman, waarna de stroman de eigendomsrechten opnieuw overdraagt aan zijn achterman. Er zijn dus twee verkopen die alle twee apart aan de fiscale regels worden onderworpen. Fiscaal gezien is dit veel minder interessant dan een overeenkomst van lastgeving, waarbij er maar één eigendomsoverdracht is en er dus ook maar één keer registratierechten verschuldigd zijn.