De muur die twee eigendommen, op de perceelsgrens, van elkaar scheidt. Elke muur tussen twee percelen die tot scheiding dient, tot aan het minst verheven dak, is een gemene muur.

De twee buren zijn met andere woorden elk, gedeeltelijk, de eigenaar van de gemene muur. Derhalve moeten zij ook samen instaan voor het onderhoud en de herstellingen van de werken. In sommige gevallen kunnen eigenaars op eigen initiatief van de muur “genieten”, maar in andere gevallen moeten zij overeenstemming vinden.

Elke eigenaar mag bijvoorbeeld de muur gebruiken voor de ganse dikte met aftrek van 54 mm, om er balken in te laten steunen. De andere buur mag deze balk echter tot de helft inkorten indien hij beslist om er zelf een steunbalk te plaatsen. Daarnaast mag elke eigenaar de muur op eigen kosten optrekken, maar moet hij dan wel zelf de onderhoudskosten betalen voor het opgetrokken deel. Ook moet de buur die de muur optrekt, daarvoor een vergoeding betalen aan zijn buurman. De redenering luidt immers dat het optrekken van de muur zorgt voor een zwaardere belasting van het vroeger niet-opgetrokken deel. Waardoor de buur die de muur optrekt, zijn buurman daarvoor schadeloos moet stellen. Ten slotte mag elke eigenaar de muur gebruiken voor normaal gebruik, bijvoorbeeld door ze langs zijn kant te verven of er reclamepanelen aan te bevestigen.

Anderzijds is de vrijheid van de buren ook beperkt. Zo mag de buur geen holte maken in de gemene muur, behalve met toestemming van zijn buurman. Ook het aanbrengen van een werk tegen de gemene muur, bijvoorbeeld de aanbouw van een tuinhuis, kan enkel mits toestemming van de buurman.