Een door juristen ontwikkelde leer die het mogelijk maakt om benadeling als nietigheidsgrond in te roepen, ook indien er niet aan de voorwaarden van de eenvoudige benadeling is voldaan. De gekwalificeerde benadeling kan met andere woorden ook worden ingeroepen bij een benadeling kleiner dan zeven twaalfden of indien de benadeling geen betrekking heeft op onroerende goederen. Hierbij is wel vereist dat er niet alleen sprake is van benadeling, maar ook van een misbruik van inferioriteit door een der partijen. Er moet dus altijd sprake zijn van een manifeste wanverhouding tussen de partijen.

De theorie van de gekwalificeerde benadeling tracht, op basis van de wettelijke regels die behoudens een enkele uitzondering benadeling niet als nietigheidsgrond zien, benadeling toch als nietigheidsgrond in te roepen. Hierdoor is het een vrij ingewikkelde theorie waaraan verschillende voorwaarden verbonden zijn om, via de omweg van bestaande nietigheidsgronden, de benadeling toch in een nietigheid te laten resulteren. Hierin verschilt het sterk van de eenvoudige benadeling waarbij de loutere benadeling van zeven twaalfden volstaat om de nietigheid in te roepen.

Vereist is in de eerste plaats dat er op het moment dat de overeenkomst tot stand kwam, sprake moet zijn van omstandigheden van inferioriteit. Er moet met andere woorden een aanzienlijk onevenwicht bestaan in de verhouding tussen beide partijen. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op persoonlijke omstandigheden (bv. ziekte, onwetendheid, hartstocht of onervarenheid), een bijzondere vertrouwensverhouding tussen twee partijen (bv. geestelijke versus gelovige of ouder versus kind), sociaaleconomische omstandigheden (economisch zwakke situaties versus monopoliesituaties), noodtoestanden of een juridisch zwakkere positie.

Bovendien kan het enkel gaan om wederkerige overeenkomsten ten bezwarende titel en bijvoorbeeld niet om schenkingen. Ten slotte moet er sprake zijn van een grove benadeling, tenzij er sprake is van een kennelijk misbruik van de inferioriteit.

Zonder verder in detail te treden, kan de benadeelde inferieure partij de nietigheid van een overeenkomst inroepen. Denk bijvoorbeeld aan de nietigheid van een koopovereenkomst, waarbij de koper het gekochte en de verkoper het ontvangen bedrag terug moet geven. Vooral wanneer er sprake is van groot onevenwicht tussen de partijen (bv. projectontwikkelaar versus ongeschoolde particulier) is het dan ook belangrijk dat de sterkste partij erop toeziet de zwakste partij “niet al te grof te benadelen“.