Een overeenkomst waarbij een dienstverschaffer (franchisor) aan een derde (franchisenemer) het recht toekent om onder bepaalde voorwaarden en modaliteiten en binnen een welomschreven grondgebied een commerciële formule rond een product of dienst te exploiteren.

Bij franchising zijn zowel de franchisor als de franchisenemer juridisch eigenaar van hun zelfstandige zaak, enkel draagt de franchisor bepaalde rechten over aan de franchisenemer. Dat gaat dan meestal om het gebruik van een bepaald merk en een logistiek netwerk. Vaak wordt daarbij ook een bepaalde vorm van ondersteuning geboden en surft de franchisenemer mee met de overkoepelende promotie en publiciteit.

Anderzijds moet de franchisenemer zich aan een aantal afspraken houden, bijvoorbeeld wat de inrichting van de winkel betreft. En in ruil voor de rechten die de franchisenemer aan de franchiseovereenkomst ontleent, moet de franchisenemer meestal een vergoeding betalen. Dit kan een vaste vergoeding zijn of een procentuele vergoeding in functie van de gedraaide omzet. Men kan echter ook overeenkomen dat de franchisenemer verplicht is om producten af te nemen van de franchisor, opdat die op zijn beurt een financiële vergoeding verwerft.

Via franchising kan een dienstverschaffer razendsnel uitbreiden zonder zelf te moeten investeren. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de grootste supermarkt- en fastfoodketens zoals McDonald’s op die manier de wereld veroverden.