Investeren in oldtimer via vennootschap of privé?

Klassiekers op vier wielen blijven een passie voor een select groepje liefhebbers. En een passie? Dat mag wel wat kosten. Het zal dan ook niet verbazen dat er flink wat te verdienen valt met oldtimers, zeker indien je ze netjes restaureert. Net omdat investeren in oldtimers echt wel kan lonen, stel je jezelf maar beter de vraag of je jouw investeringen toch niet beter via een vennootschap doet.

Normaal beheer van het vermogen of speculeren op vier wielen?

Wanneer je als particulier je wagen verkoopt, blijft de gerealiseerde meerwaarde onbelast. Dat is ook het geval indien diezelfde wagen een oldtimer is. Dat komt omdat we hier spreken van een normaal beheer van het vermogen. Dat kan je vergelijken met iemand die een enkele keer op een vlooienmarkt staat: omdat het om het normaal beheer van het vermogen gaat, hoeft men de inkomsten dan niet aan te geven.

Lees ook: Hoe bepaal je de waarde van een oldtimer?

Dat is echter niet het geval indien het investeren in oldtimers het normaal beheer overstijgt. Net zoals je niet zomaar elke week op de rommelmarkt mag staan met de spullen van buren, verre neven en goede vrienden. Er zal bijvoorbeeld geen sprake zijn van normaal beheer indien je jaarlijks verschillende auto’s koopt, restaureert en verkoopt. Maar zelfs bij één enkele wagen waarop je op korte termijn winst maakt, is dat ook al het geval. Het deel dat het normaal beheer overstijgt, is onderhevig aan de meerwaardebelasting van 33%. Die meerwaarde berekent de fiscus dan weer op het verschil tussen de aankoop- en verkoopprijs. Wel mag je voor het bepalen ervan rekening houden met de gemaakte kosten, met inbegrip van de aankoop- en verkoopkosten.

Via de vennootschap investeren in oldtimers is niet meteen interessant

Het via een vennootschap investeren in oldtimers heeft zowel voor- als nadelen. In de praktijk blijken de nadelen vaak door te wegen. Dat is zowel het geval indien je de oldtimer inschrijft met een O-kentekenplaat als met een gewoon kenteken.

Bij een O-kentekenplaat is professioneel gebruik verboden en kan je de gemaakte kosten veel moeilijker afschrijven. Je moet voor elke kost bewijzen hoe het een waardestijging creëert. Bij restauratiekosten zal dat meestal wel lukken. Maar brandstofkosten of gewone onderhoudsbeurten vallen daar dan weer niet zomaar onder, waardoor het gaat om niet-beroepsmatige kosten. Een O-kentekenplaat is in principe enkel geschikt indien je de oldtimer enkel en alleen als investering koopt die ook effectief in een meerwaarde zal resulteren. Met het invoeren van de nieuwe Vlaamse keuringsregels voor oldtimers zijn de voordelen van zo’n inschrijving overigens een beetje vervaagd.

Lees ook: Wat belangrijk is bij de restauratie van een oldtimer

Wil je daarentegen de wagen ook professioneel gebruiken, bijvoorbeeld voor zakelijke verplaatsingen? Dan gebruik je een regulier kenteken. Over het algemeen moet je dan vaker naar de keuring. Maar het grote voordeel is dat je de wagen ook professioneel mag gebruiken en dat gemaakte kosten aftrekbaar of afschrijfbaar zijn. Anderzijds doemt het zogenaamd voordeel van alle aard (VAA) op, waardoor je privé op dit voordeel wordt belast. En dat is dan weer ongunstig, want het voordeel van alle aard berekent men op de CO2-uitstoot. Bij oldtimers is de CO2-uitstoot natuurlijk nooit op het inschrijvingsformulier vastgelegd, waardoor je automatisch zwaar wordt belast. Tenzij je echt veel kilometers met de wagen rijdt, is dat zelden interessant.

En fiscaal? Ook in de vennootschap worden meerwaarden gewoon belast. Daarnaast moet je roerende voorheffing betalen op uitgekeerde winsten. Het maakt hierbij niet uit hoe de wagen werd ingeschreven.

Privé of via de vennootschap in oldtimers investeren?

Eigenlijk zijn er maar weinig voordelen verbonden aan het investeren in oldtimers via de vennootschap. Ook hier word je immers belast op de meerwaarde, terwijl de kosten niet altijd aftrekbaar zijn. In het andere geval duikt het VAA-spook op en moet je ten slotte toch roerende voorheffing betalen bij dividenduitkeringen. De meerwaarde op een enkele privé-investering zal daarentegen niet meteen worden belast. In de praktijk is het zelfs interessanter om geld uit de vennootschap te halen om de oldtimer vervolgens privé aan te schaffen.

Lees ook: Populairste oldtimers waarin iedereen kan investeren

Enkel indien je de activiteiten met enige frequentie uitvoert en het een beroepsmatige activiteit lijkt te worden, kan het toch interessant zijn om de investeringen via de vennootschap uit te voeren. Maar denk dan goed na over de manier waarop de wagen wordt ingeschreven. Samengevat: ga aan het rekenen en ga vooral even langs bij je accountant. Want advies op maat is hier zeker welkom.

Lorenzo Risack
    Lorenzo Risack

    Lorenzo is jurist en heeft een passie voor het geschreven woord. In een vroegere carrière sleutelde hij aan juridische publicaties en had hij zijn eigen juridisch adviesbureau. Tegenwoordig schrijft hij zowel voor Belgische als Nederlandse media over het ondernemerschap en juridische kwesties. Dit doet hij ook via zijn juridische nieuwsdienst Rechtenkrant.be. Ook voor De Beleggersgids schrijft Lorenzo over juridische thema’s met betrekking tot investeren, beleggen en vastgoed. Dit doet hij op een typerende en eigenzinnige manier.

    Gerelateerde artikels