Mijn nichtje Valérie zoekt een huis. Dat is dezer dagen een behoorlijk frustrerende bezigheid. Je moet als jonge twintiger al ver gaan zoeken om nog iets betaalbaars te vinden. Letterlijk ver, op het platteland.

En als je al een aanvaardbare woning vindt, dan heb je eigenlijk nog geen flauw benul wat het waard is. Lekt het dak? Is er een vochtprobleem? Dagen er buiten de bezoekuren plots horden luidruchtige buren op? Of een trein, rakelings langs de buitenmuur? Is alles in orde met de verwarming, de elektriciteit, het water, de afvoer? Onmogelijk te achterhalen. Behalve als je er goed en wel woont. Maar dan is het natuurlijk te laat.

Kortom, als kandidaat-koper bevindt Valérie zich in een delicate positie: ze weet niet wat ze niet weet. Dat is de situatie die George Akerlof beschreef in zijn Nobelprijswinnende studie ‘The Market for Lemons‘. Nooit gedacht dat je met zo’n koddige titel de hoogste wetenschappelijke prijs zou krijgen? Je ziet, ze hebben humor, die droge Zweden. Akerlof zelf trouwens ook. Hij is getrouwd met Janet Yellen, de koddige voorzitster van de Amerikaanse centrale bank. Nu ja, of ze echt koddig is weet ik niet, ze heeft in elk geval een koddig accent.

Die studie van Akerlof gaat niet over citroenen. Lemon betekent in de taal van Uncle Sam namelijk ook ‘zwak persoon’, ‘sexueel getinte animatiefilm of videospel’ en ‘tegenvaller’. De studie gaat evenmin over een sexueel getinte animatiefilm of videospel – dat zou pas een onderwerp zijn om de Nobelprijs mee te winnen. Het gaat over een tegenvaller, iets dat naderhand waardeloos blijkt.

Akerlofs beschrijft de marktmechanismen van de handel in tweedehandswagens. De dag dat een autobezitter zijn wagen wil verkopen, is hij meteen ook de bezitter van superieure informatie: hij weet of zijn auto al dan niet een snertbak is, een ‘lemon’. De koper weet dat niet. Als die met een gewiekste verkoper te maken krijgt (en zo zijn er nogal wat), dan zal hij mogelijk meer betalen dan wat die auto waard is.

Te meer omdat weinig verkopers goede auto’s willen verkopen, behalve als ze in acute geldnood zitten. Want ze weten: als ze nadien een andere auto moeten kopen zijn zij het die in de rol van de koper kruipen en geringeloord kunnen worden.

Zo’n situatie van ‘asymmetrische informatie’ (de verkoper weet meer dan de koper) is nefast voor de markt. Kopers vragen zich voortdurend af: ‘Als iemand per se dat huis of die auto wil verkopen, waarom zou ik het dan willen kopen?’ Op de duur zullen minder kopers opdagen en zij die het toch doen zullen minder willen betalen. Door die lagere prijs zullen de bezitters van degelijke auto’s niet meer naar de markt willen gaan, zodat de kwaliteit zakt en uiteindelijk enkel de zuurste citroenen overblijven.

In de praktijk komt het zover niet, wegens allerlei garanties en certificaten. Maar Akerlofs besluit is helder als bronwater en goed voor de Nobelprijs: achterdocht doet in tweedehandsmarkten de prijzen kelderen. Uiteindelijk zijn het dus de (kandidaat-)-verkopers die grote verliezen slikken.

Ook de financiële markten zijn tweedehandsmarkten: aandelen verhuizen van de ene naar de andere belegger. Met name in tijden van angst hebben ook deze markten last van het ‘lemon’-syndroom. Beleggers zien koersen kelderen en weten niet waarom.

Nu geef ik toe dat dit onderwerp op het eerste zicht van een knullige timing getuigt: we hebben al in geen maanden geen koersen meer zien kelderen. Van individuele aandelen natuurlijk wel, onlangs nog mijn Ageassen en Umicores, potdorie. Maar sinds het ongeleid oranjekleurig projectiel in het Witte Huis zetelt, lijken de beursindexen alleen maar hoger te willen gaan.

Dat feestje blijft niet duren. Ooit, volgende week?, volgende maand?, zullen we nog eens een barre beursdag meemaken. En dan zullen we ons afvragen: wat is er aan de hand? Waarom worden die aandelen verkocht? Weten de verkopers nare dingen waarvan ik geen weet heb? Misschien verkoop ik dan best ook… En dan zullen de koersen nog verder zakken en zal de vakpers griezelige verklaringen zoeken en vinden. Waarop de correctie nog aan vaart wint.

Het zou dan best kunnen dat de crisis plots stopt en de koersen hun haussebeweging gewoon hernemen. Wat er dan gebeurd was? Een uit de hand gelopen verkoopgolf van klasbakken, door zure citroenen.

Pierre Huylenbroeck
Pierre Huylenbroeck

Pierre Huylenbroeck is de auteur van 'Iedereen belegger' en uitgever van Mister Market Magazine, boordevol beursinzichten en een door de abonnees te volgen reële portefeuille die een jaarlijks gemiddelde return van ruim 10% realiseert.

Met zijn diploma Handelsingenieur van de VUB op zak, ging hij in 1991 aan de slag in de marktenzaal van Indosuez Bank België (later CERA/KBC) die de strijd aanging om het mandaat van grote bedrijfskredieten. Hij werkte er leenvoorwaarden uit via opties, swaps en rente-instrumenten. Drie werelden gingen tegelijk voor hem open: de opwinding van de marktenzaal, de deugden en gevaren van afgeleide producten, de interne keuken van de corporate finance. Een vierde wereld was al langer open, sinds zijn prille studententijd: de wereld van de beurs.

In 1993 ging hij aan de slag bij De Financieel-Ekonomische Tijd. Hij werkte er opeenvolgend als journalist, als chef Markten & Conjunctuur en Geld & Beleggen, als nieuwsmanager, als senior writer en, van 1 mei 2009 tot 31 augustus 2011, als hoofdredacteur. Doorheen de jaren schreef hij meer dan duizend commentaren, opiniestukken, analyses, reportages en interviews. Vaak over economie en politiek, meestal over de beurs en beleggen.

Ook schreef hij reeds vier boeken: 'De Reuzen van de Beurs' (2000), '40 Meesterwerken uit de Financiële Geschiedenis' (2006), '100 Essentiële Wijsheden over Beurs en Beleggen' (2010) en 'Iedereen belegger' (2015).

TAGS
Gerelateerde artikels

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *