Hoe zit het vandaag met Mister Market, het typetje dat het sentiment op de beurs symboliseert? Zenuwachtig is hij niet, allerminst, eerder het tegendeel.

De VIX-volatiliteitsindex, die een idee geeft van zenuwen op de Amerikaanse financiële markten, bleef na de onheilspellende verbale escalatie rond Noord-Korea in de voorbije weken onder de twaalf punten zitten. Dat is het niveau van ‘apathie’. De Europese VSTOXX-tegenhanger stond gisteren op 15,7 punten. Dat is niet apathisch, wel rustig.

Kortom, of een wereldoorlog nu op til is of niet, Mister Market trekt er zich geen zier van aan.

Het is al anderhalf jaar rustig. Griezelig rustig zelfs, sinds de beurzen begin 2016 een tijdje bibberden om de situatie in China, op de grondstoffenmarkten en bij enkele banken. Brexit? Trump? Ach, we schrokken er slechts enkele uren van. Om een of andere reden zijn we met zijn allen overtuigd geraakt dat een systeemcrisis, die het ganse financiële stelsel kan doen wankelen zoals in 2008, geen kans meer maakt.

Maar wat wil je: de beurshausse is al 8,5 jaar aan de gang, veel langer dan de theorie voorschrijft. Niet dat zo’n hausse een houdbaarheidsdatum heeft – beursprestaties hebben niets met de factor tijd te maken, wél met factoren als economie, resultaten, rente. Maar bij onze Mr. Market zorgt zo’n lange klim voor gewenning en zelfgenoegzaamheid: hij vindt het maar normaal dat de klim voortduurt en dat gebeurlijke correcties niet meer zijn dan koopgelegenheden. Een zelfvoedend mechanisme draait volop, ook al omdat er tegenwoordig zoveel passieve beleggers zijn. Die kopen aandelen van beursindexen, zonder nadenken en zonder onderscheid. Diezelfde kudde kan morgen gewoon het omgekeerde doen: verkopen zonder nadenken.

Lees meer: We zijn niet slim genoeg om een beurscrash te voorzien

Meestal luidt een externe vonk een trendwende in. Dat kan ook een accident met schulden zijn, zoals ontsporende CLO’s (collateralized loan obligations): laagwaardige leningen herverpakt in pakketten die een hoge kredietrating krijgen. Klinkt bekend.

Let wel, we zien geen reden voor zwartgallig pessimisme. Daarvoor is de rente te laag, draaien de economieën te goed en zijn de bedrijfsresultaten te sterk. Maar de kans op een bewolkt najaar met correcties van 10 procent en meer lijkt ons te groot om te negeren.

Of naken we toch de Grote Trendommekeer?

We maakten zelf ooit de oefening die we voor ons boek Iedereen belegger (p158) actualiseerden: sinds 1979 definieerden we vier gemoedscycli op de Brusselse beurs, die elk 9 à 12 jaar duren en in vier fases verlopen.

1) Ontreddering of vertwijfeling: een massaal afhaken van de beleggers na een langdurige en forse correctie.

2) (Herstel van) vertrouwen: onzekerheid en pessimisme ruimen plaats voor hoop.

3) Overdrijving: Dat vertrouwen groeit uit tot overdreven enthousiasme.

4) Paniek. Een zelfversterkende verkoopgolf richt grote ravage aan. De periodes van ontreddering en vertrouwen duren het langst – vaak ruim drie jaar – maar ook vertrouwen en overdrijving kunnen jaren duren (zie tabel).

Lees meer: 4 tips om paniek te vermijden na een beurscrash

De huidige cyclus begon in 2009, na de paniek van de gitzwarte winter van 2008-’09. De ontreddering duurde tot in 2012, het vertrouwen herstelde opvallend langzaam tot in 2016. Stilaan komen we in de overdrijvingsfase terecht. Wanneer die omslaat in paniek weten we niet. 2018 of zelfs 2019 denken we, maar een straffe katalysator kan de vierde fase ook al dit jaar vervroegd inluiden.

Pierre Huylenbroeck
Pierre Huylenbroeck

Pierre Huylenbroeck is de auteur van 'Iedereen belegger' en uitgever van Mister Market Magazine, boordevol beursinzichten en een door de abonnees te volgen reële portefeuille die een jaarlijks gemiddelde return van ruim 10% realiseert.

Met zijn diploma Handelsingenieur van de VUB op zak, ging hij in 1991 aan de slag in de marktenzaal van Indosuez Bank België (later CERA/KBC) die de strijd aanging om het mandaat van grote bedrijfskredieten. Hij werkte er leenvoorwaarden uit via opties, swaps en rente-instrumenten. Drie werelden gingen tegelijk voor hem open: de opwinding van de marktenzaal, de deugden en gevaren van afgeleide producten, de interne keuken van de corporate finance. Een vierde wereld was al langer open, sinds zijn prille studententijd: de wereld van de beurs.

In 1993 ging hij aan de slag bij De Financieel-Ekonomische Tijd. Hij werkte er opeenvolgend als journalist, als chef Markten & Conjunctuur en Geld & Beleggen, als nieuwsmanager, als senior writer en, van 1 mei 2009 tot 31 augustus 2011, als hoofdredacteur. Doorheen de jaren schreef hij meer dan duizend commentaren, opiniestukken, analyses, reportages en interviews. Vaak over economie en politiek, meestal over de beurs en beleggen.

Ook schreef hij reeds vier boeken: 'De Reuzen van de Beurs' (2000), '40 Meesterwerken uit de Financiële Geschiedenis' (2006), '100 Essentiële Wijsheden over Beurs en Beleggen' (2010) en 'Iedereen belegger' (2015).

TAGS
, ,
Gerelateerde artikels

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *