Ik mocht dinsdagavond in Gent studenten toespreken. Ik had het over de beurs als ideaal spaarinstrument. Het was na 20u, na de lessen en tijdens de caféuren. En toch: de aula zat afgeladen vol, tot de trapgangen toe. Minstens 700 jongeren zaten daar, om te luisteren naar kalende mensen die over beleggen praten. Ze zaten daar dan nog uit vrije wil. Geen enkele prof heeft hen aangepord. Geen enkele prof was zelfs betrokken. De avond was georganiseerd door de jongeren zelf, de studentenvereniging Capitant.

 Ik kwam uitleggen waarom sparen via aandelen zo belangrijk is en hoe je dat dan moet doen.

Waarom? Omdat we collectief verarmen als we mordicus die 265 miljard euro op de traditionele spaarrekeningen laten staan. En geen klein beetje: 5 miljard euro per jaar aan de huidige inflatie van circa 2%. Omdat een collectief verarmende maatschappij alles in de hand werkt wat niemand wil: een toenemende verzuring, onverdraagzaamheid en inkomensongelijkheid, meer angst, minder consumptie uit vrees niet rond te komen, minder investeringen en aanwervingen, recessie.

 Nochtans kan iedereen doeltreffend sparen via aandelen, mits aan enkele voorwaarden voldaan is.

 En dan komen we bij de ‘hoe?’. Met geduld, een ultralangetermijnvisie, een goede begeleiding, koelbloedigheid en afstand tegenover de waan van alledag, een simpel beleggingssysteem dat de belegger behoedt voor zijn eigen demonen: angst, spijt en euforie, en die typisch menselijke drang om duur te kopen en goedkoop te verkopen.

 Dan is een gemiddeld jaarrendement van 7 procent beslist haalbaar. In realiteit zijn veel hogere rendementen mogelijk, maar dat hoeft niet: met 7 procent per jaar wordt elke belegde 1.000 euro na veertig jaar 15.000 euro. En, dat wilde ik toch benadrukken omdat hier zoveel misverstanden over zijn, niet door meer risico’s te nemen, maar door net minder risico’s te nemen. Saai beleggen. Dit heeft echt niets met speculeren te maken.

 Maal 15 dus. Ziedaar de kracht van de samengestelde interest. Een ‘wonder’, zei Albert Einstein al. Een wonder dat speciaal voor de jongeren lijkt te zijn gecreëerd.

 Mijn publiek was enthousiast. Niemand had het achteraf over forse kortetermijnwinsten of ‘snel rijk worden’. De jeugd wil gewoon verstandig beleggen. Tal van jonge modale gezinnen eveneens. Ze wensen dat hun spaargeld aangroeit. En als ze onderweg kunnen genieten van dat mirakel van de samengestelde interest, des te beter, toch? Als ze meer dan 50.000 euro winst halen na tien jaar, goed voor hen! Meer nog: als ze het zo aanpakken is het hoogst waarschijnlijk dat hun opgebouwde winst de kaap na tien jaar van 50.000 euro overschrijdt. Goed voor hen, goed voor de hele maatschappij. En dit zijn heus geen miljonairs.

 Waarom zou onze overheid dat dan fiscaal willen ontmoedigen? Waarom willen sommige ministers kennelijk dat de burgers braafjes met hun spaarrekeningen collectief verarmen? Waarom wordt initiatief en activering van spaargeld afgestraft en passieve hoop op een blijvend gulle overheid (die zelf nochtans armlastig is) aangemoedigd? Waarom worden onze kmo’s geviseerd? Immers, indien die door de CD&V geëiste belasting op meerwaarden bij verkoop van aandelen wordt opgelegd, zijn het niet de mastodonten à la AB InBev die daar last van ondervinden, maar de kleine lokale bedrijven.

Ik kon dinsdag op die en veel andere vragen geen zinnig antwoord verzinnen. Ook niet op de meest prangende vraag van de avond: waarom mogen wij, de jeugd, niet meer sparen?

Pierre Huylenbroeck
Pierre Huylenbroeck

Pierre Huylenbroeck is de auteur van 'Iedereen belegger' en uitgever van Mister Market Magazine, boordevol beursinzichten en een door de abonnees te volgen reële portefeuille die een jaarlijks gemiddelde return van ruim 10% realiseert.

Met zijn diploma Handelsingenieur van de VUB op zak, ging hij in 1991 aan de slag in de marktenzaal van Indosuez Bank België (later CERA/KBC) die de strijd aanging om het mandaat van grote bedrijfskredieten. Hij werkte er leenvoorwaarden uit via opties, swaps en rente-instrumenten. Drie werelden gingen tegelijk voor hem open: de opwinding van de marktenzaal, de deugden en gevaren van afgeleide producten, de interne keuken van de corporate finance. Een vierde wereld was al langer open, sinds zijn prille studententijd: de wereld van de beurs.

In 1993 ging hij aan de slag bij De Financieel-Ekonomische Tijd. Hij werkte er opeenvolgend als journalist, als chef Markten & Conjunctuur en Geld & Beleggen, als nieuwsmanager, als senior writer en, van 1 mei 2009 tot 31 augustus 2011, als hoofdredacteur. Doorheen de jaren schreef hij meer dan duizend commentaren, opiniestukken, analyses, reportages en interviews. Vaak over economie en politiek, meestal over de beurs en beleggen.

Ook schreef hij reeds vier boeken: 'De Reuzen van de Beurs' (2000), '40 Meesterwerken uit de Financiële Geschiedenis' (2006), '100 Essentiële Wijsheden over Beurs en Beleggen' (2010) en 'Iedereen belegger' (2015).

TAGS
,
Gerelateerde artikels

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *