Verdrinken ten strengste verboden

Ken je Jay Gould? De beruchte robber baron die in de 19de eeuw het Amerikaanse spoorwegennet spectaculair uitbouwde en zodanig meedogenloos in zaken was dat hij de bijnaam ‘Mefistofeles van Wall Street’ kreeg? Je zult het misschien niet geloven, maar net met die duivel, somber, zielloos en volgens de overlevering de ‘meest gehate man van Wall Street’, had ik eerder dit jaar een interview.

Een fake interview weliswaar, de mens is namelijk al 125 jaar dood. Maar toch minder fictief dan je zou denken. Ik las zijn biografie en tientallen artikelen, en leerde hem best goed kennen. Wat hij zegt in het interview, zei of dacht hij anderhalve eeuw geleden dus wel degelijk. Idem voor de 19 andere doden die ik interviewde voor mijn boek ‘Onsterfelijk beursadvies – 100 beleggingslessen van 20 oude meesters’

Stuk voor stuk bevatten die interviews verbazend veel tijdloos beursadvies. Van Jay Gould onthouden we onder andere dat de beste koopjes op de somberste momenten te doen zijn (ene Warren Buffett kocht tijdens de barre beurswinter 2008-’09 voor miljarden dollars aandelen van bedrijven als Goldman Sachs, Bank of America en Dow Chemical, waarop hij al enkele jaren later 10 miljard dollar winst had), en dat het loont om voor elke aankoop in een logboekje bij te houden waarom je dat aandeel had gekocht. Geen mens kan immers onthouden waarom hij x aantal jaar geleden aandelen van y had gekocht. Zodra je twijfelt of je y niet best zou verkopen, ga dan zoeken naar de koopargumenten van toen. Gelden die niet meer? Verkopen dan maar.

Voorts tracteerde Gould ons op ongezoute quotes, zoals: ‘Speculeren zonder voorkennis heeft evenveel zin als zwarte varkens begeleiden in het donker’ of ‘Ik knijp de melk van Wall Street uit al haar tieten’ (jaja, dat waren tijden…).

Lees meerDertien onsterfelijke beurswijsheden

En hij vergeleek de beurs treffend met de oceaan: te groot, te veel stromingen voor eender welke mens om die onvoorspelbaar kolkende massa onder controle te krijgen. Het deed me denken aan de coole surfers, jongens en meisjes die op een plank de strijd met de golven aangaan. Hoe pakken die dat aan?, vroeg ik me af.

Met een extra portie nederigheid. Ze maken gebruik van de golven en beseffen tegelijk dat die sterker zijn dan zij, en dat ze onvermijdelijk nu en dan kopje -onder gaan. Maar ervaren surfers kennen de techniek om niet te diep kopje- onder te gaan en snel boven water te komen. Dat laatste is minder evident dan het lijkt: iemand die door een golf wordt overspoeld weet even niet meer waar boven of onder is. Een belegger die door een verkoopgolf wordt overspoeld evenmin. Dit zijn de gevaarlijke momenten voor allebei.

Het is van doorslaggevend belang niet te diep kopje-onder te gaan. Een verlies van 50 procent bijvoorbeeld, is moeilijk goed te maken. Ook psychologisch. Start je met 1.000 euro en verlies je 50 procent zodat je 500 euro overhoudt, dan volstaat het niet 50 procent terug te winnen om opnieuw tot de startpositie van 1.000 euro te komen. Dan heb je 100 procent winst nodig. Veel beleggers verkrampen als ze dat beseffen. Ofwel laten ze alle hoop varen, ‘de oppervlakte ligt te hoog boven ons’, en verkopen ze met evenveel dégout als verlies. Ofwel worden ze extreem risicozoekend: dubbel of niets. Meestal wordt het niets.

Lees meer‘Beleggers zijn minder naïef dan de anderen.’

Nimmer verdrinken is de boodschap. Dat impliceert: duik niet te diep, verkoop tijdig de molenstenen, en begin onder water niet te panikeren. Dat impliceert niet: waag je niet op zee. Want ofschoon u van alle kanten hoort en leest dat surfen enkel een spel voor jonge waaghalzen is, is dat ter beurze bijlange de waarheid niet. Nu we bij een goede gezondheid op ons 65ste makkelijk nog dertig jaar kunnen leven moéten we de zee op. We moeten ons nat maken, anders dreigen we volledig uitgedroogd te sterven.

Pierre Huylenbroeck
Pierre Huylenbroeck

Pierre Huylenbroeck is de auteur van 'Iedereen belegger' en uitgever van Mister Market Magazine, boordevol beursinzichten en een door de abonnees te volgen reële portefeuille die een jaarlijks gemiddelde return van ruim 10% realiseert.

Met zijn diploma Handelsingenieur van de VUB op zak, ging hij in 1991 aan de slag in de marktenzaal van Indosuez Bank België (later CERA/KBC) die de strijd aanging om het mandaat van grote bedrijfskredieten. Hij werkte er leenvoorwaarden uit via opties, swaps en rente-instrumenten. Drie werelden gingen tegelijk voor hem open: de opwinding van de marktenzaal, de deugden en gevaren van afgeleide producten, de interne keuken van de corporate finance. Een vierde wereld was al langer open, sinds zijn prille studententijd: de wereld van de beurs.

In 1993 ging hij aan de slag bij De Financieel-Ekonomische Tijd. Hij werkte er opeenvolgend als journalist, als chef Markten & Conjunctuur en Geld & Beleggen, als nieuwsmanager, als senior writer en, van 1 mei 2009 tot 31 augustus 2011, als hoofdredacteur. Doorheen de jaren schreef hij meer dan duizend commentaren, opiniestukken, analyses, reportages en interviews. Vaak over economie en politiek, meestal over de beurs en beleggen.

Ook schreef hij reeds vier boeken: 'De Reuzen van de Beurs' (2000), '40 Meesterwerken uit de Financiële Geschiedenis' (2006), '100 Essentiële Wijsheden over Beurs en Beleggen' (2010) en 'Iedereen belegger' (2015).

Gerelateerde artikels

Geef een reactie

Jouw naam verschijnt bij de reactie, jouw email adres wordt niet gepubliceerd. Alle reacties worden voor publicatie gelezen en goedgekeurd.