‘Welke dag is het?’, vraagt Pooh. ‘Vandaag’, zegt Knorretje. ‘Ha! Mijn favoriete dag!’ Aanschouw optimisme, de bron van al het mooie. Want alleen zij die in een mooie toekomst gelooft, is bereid eraan mee aan werken.

Maandagochtend, 9u45. De Bel20 schiet 3 procent hoger. Op de beurs van Parijs schieten de aandelen bijna 4 procent hoger. Reden? De uitslag van de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen. Le Pen haalt de tweede ronde.

23 april 2002. Op de beurs van Parijs schieten de aandelen 4 procent lager. Reden? De uitslag van de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen. Le Pen haalt de tweede ronde.

Zoek het verschil.

Het verschil zit hem natuurlijk in de tijdsgeest. In 2002 was het een complete verrassing dat Jean-Marie Le Pen het haalde van de socialistische kandidaat Lionel Jospin, om het in de tweede ronde op te nemen tegen de latere president Jacques Chirac. Frankrijk schaamde zich.

Vijftien jaar later twijfelde geen enkel zinnig mens dat dochter Marine Le Pen op haar beurt de tweede ronde zou halen. Deze keer is de verrassing positief: Emmanuel Macron, de gematigde hervormingsgezinde jonge kandidaat met een voorkeur voor een sterk Europa en een open economie, haalde óók de tweede ronde. Ten nadele van de onder schandalen bedolven Fillon, of de uiterst linkse Mélenchon. Oef! Dat laatste zou pas een rampscenario zijn geweest voor de Europese welvaart.

Overigens is er weinig verschil met vijftien jaar geleden. Toen besefte iedereen dat elke keurige Fransman, links- of rechtsgezind, voor Chirac moest stemmen. Nu beseft elke keurige Fransman dat hij geen andere keuze heeft dan Macron. De kans dat Macron het dit jaar haalt is even groot als de kans voor Chirac net na de eerste ronde van 2002.

Het glas is in 2017 dus even half als in 2002. Alleen was het toen halfleeg en nu halfvol. En dat is een enorm verschil. Net als pessimisme is optimisme een zelfversterkend elixir, met een tegengestelde impact. Pessimisme verlamt, optimisme pept op. Een pessimist verkiest de donkere kant van elke weg te bewandelen. Een optimist zoekt automatisch de zonnige kant van elke sombere straat. Optimisme is een zelfversterkend mechanisme dat zoveel meer goeds kan bereiken dan eender welke leider van vlees en bloed.

Somberdenkenden, wankelmoedigen en cynici zijn slechte beleggers. De beurs is hun biotoop niet, omdat beleggen niets anders is dan de bereidheid om risico’s te nemen, en omdat die bereidheid niets anders impliceert dan optimisme. Ofwel ben je bereid risico’s te nemen, ofwel blijf je weg van de beurs. Een interessante tussenweg bestaat niet. Al die klikfondsen en andere verzekeringsproducten zijn tegennatuurlijk. Je belegt niet op de beurs in de hoop je inleg terug te krijgen. Je stapt de tennisbaan niet op in de hoop niet te verliezen. Je gaat voluit voor winst. Ik wil over een periode van vijf jaar een rendement van 75 procent of meer. De dag dat ik reken op ‘minstens 0 procent’ kap ik ermee. Met die ingesteldheid krijg ik slaag.

Dat geldt ook voor het gewone leven. Stel: twee auto’s botsen. Een ferme klap, allebei ‘perte totale’. Gelukkig hebben de chauffeurs geen schrammetje. ‘Vreselijk! Mijn wagen’, jammert de ene. ‘Hoera! Ik leef nog!’, juicht de andere. Terwijl die in de volgende uren enthousiast het leven omarmt, is de eerste ervan overtuigd dat hij alle pech van de wereld heeft. Wie van de twee heeft in die volgende dagen het meest maatschappelijk succes? Geluk dwing je af, reken maar. Meestal toch. ‘Niet altijd’, zullen veel weldenkende Britten of Amerikanen wel denken. ‘Helaas niet’, zullen alle weldenkende Syriërs of Venezolanen wel denken. Maar dit terzijde.

Optimisme is evenwel niet hetzelfde als ridicule naïviteit. Naïevelingen gaan op de bek. Een optimiste is op haar hoede en maakt gebruik van aangeboden kansen. Een goedgelovige loebas verkoopt een huis om daar een belachelijk dure tulpenbol voor in de plaats te krijgen. De oplettende opportunist koopt een huis voor de belachelijke prijs van een tulpenbol.

Bon, tijd om naar de markt te gaan. Ik koop aandelen deze week.

Pierre Huylenbroeck
Pierre Huylenbroeck

Pierre Huylenbroeck is de auteur van 'Iedereen belegger' en uitgever van Mister Market Magazine, boordevol beursinzichten en een door de abonnees te volgen reële portefeuille die een jaarlijks gemiddelde return van ruim 10% realiseert.

Met zijn diploma Handelsingenieur van de VUB op zak, ging hij in 1991 aan de slag in de marktenzaal van Indosuez Bank België (later CERA/KBC) die de strijd aanging om het mandaat van grote bedrijfskredieten. Hij werkte er leenvoorwaarden uit via opties, swaps en rente-instrumenten. Drie werelden gingen tegelijk voor hem open: de opwinding van de marktenzaal, de deugden en gevaren van afgeleide producten, de interne keuken van de corporate finance. Een vierde wereld was al langer open, sinds zijn prille studententijd: de wereld van de beurs.

In 1993 ging hij aan de slag bij De Financieel-Ekonomische Tijd. Hij werkte er opeenvolgend als journalist, als chef Markten & Conjunctuur en Geld & Beleggen, als nieuwsmanager, als senior writer en, van 1 mei 2009 tot 31 augustus 2011, als hoofdredacteur. Doorheen de jaren schreef hij meer dan duizend commentaren, opiniestukken, analyses, reportages en interviews. Vaak over economie en politiek, meestal over de beurs en beleggen.

Ook schreef hij reeds vier boeken: 'De Reuzen van de Beurs' (2000), '40 Meesterwerken uit de Financiële Geschiedenis' (2006), '100 Essentiële Wijsheden over Beurs en Beleggen' (2010) en 'Iedereen belegger' (2015).

TAGS
,
Gerelateerde artikels

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *