Wat ben jij eigenlijk? Ben je een spaarder, een belegger of een speculant? Denk goed na, want afhankelijk van jouw antwoord kan de overheid ofwel in jou een kaal te plukken kip zien, ofwel een tandeloze baby die tot de dood gepamperd dient te worden.

Ik ben een belegger. Dat is voor mij zo klaar als een klontje, maar niet voor iedereen. Niet voor de overheid: die duwt mij in de hoek van de speculanten, de kippen dus. Ze doet dat met alle kleine beleggers, al jaren. Behalve met Arcobeleggers. Dat zijn spaarders, oordeelt de overheid.

Als ik zo blijf verder redeneren is elke belegger ofwel een speculant ofwel een spaarder. En is dus niemand nog een belegger. En dan hoeven Mister Market Magazine en De Beleggersgids niet meer. Tot wie zouden die zich dan immers nog richten? Spoken.

Laten we er dus snel de objectieve definities bijhalen. Het klassieke onderscheid tussen beleggen en speculeren haal ik met plezier uit de Bijbel: ‘Een belegging is een op diepgaande analyse gebaseerde operatie die streeft naar het terugverdienen van het ingelegde kapitaal plus een bevredigend rendement. Elke beursoperatie die niet aan die criteria voldoet, heet speculatie.’

Amen. Deze Bijbel, dat weet je allicht, is natuurlijk ‘The Intelligent Investor’, geschreven door beurspaus Benjamin Graham in 1949.

Maar hoe zit het dan met de spaarder? De meest klassieke definitie luidt: ‘Iemand die geld opzij zet voor uitgestelde consumptie.’ Het is nogal droog, maar in elk geval ondubbelzinnig: ofwel consumeer je vandaag, ofwel leg je vandaag geld opzij om morgen te consumeren. In dat laatste geval spaar je.

Hoe je dan spaart, wordt niet gespecificeerd. Je kan je geld op de bank plaatsen of in een kous of onder de matras of in een diepe put achterin de tuin. Tegenwoordig komt dat op hetzelfde neer: je zal als spaarder van vandaag morgen niet meer geld hebben om mee te consumeren. Hopelijk stijgt de inflatie intussen niet, anders word je als spaarder armer.

Je kan als spaarder natuurlijk ook je spaargeld in exotische derivaten, vreemd klinkende ETF’s, turbo’s, CDF’s of andere gevaarlijke producten steken. Volgens de definitie kan dat perfect. Maar wie is in dat geval de speculant, de belegger of de spaarder?

Laat ik het nog wat complexer maken. Zijn Arco-beleggers spaarders? Bij het schrijven van dit artikel weet ik niet of het Europees Hof van Justitie instemt met de garantieregeling die de regering snelsnel invoerde om 800.000 Arco-kiezers te vergoeden voor de door Arco gemaakte verliezen met hun spaargeld. We zien wel.

Maar is Arco een spaarder? Eigenlijk wel, hé. Een belegger diversifieert, Arco diversifieerde allerminst. Zowat alles werd in één aandeel gepompt: Dexia. De belegger houdt zijn portefeuille in de gaten en berekent periodiek de marktwaarde ervan. Arco allerminst. Die waardeerde Dexia jarenlang tegen 9,9€ per aandeel, ook al wist het kleinste kind dat Dexia al een hele poos veel minder waard was. De doorsnee belegger koopt op de beurs. Arco allerminst. Die werkte jarenlang met putopties, termijncontracten dat de belofte inhielden Dexia-aandelen aan een vooraf bepaalde prijs (veel te duur!)te kopen. Een belegger loopt risico’s, weet dat en is bereid ze te dragen. Arco allerminst. Die liep veel meer risico’s en vond het logisch dat de belastingbetaler de gebeurlijke verliezen zou bijpassen. De regering vond dat ook. Nog steeds.

Dus ja, Arco is een spaarder. De 800.000 nietsvermoedende Arco-beleggers dus ook. Ook al beweerde toenmalig directievoorzitster Francine Swiggers het tegendeel; door te stellen: ‘Gelukkig bestaan er nog stabiele financiële producten voor de investeerder die op zoek is naar een belegging die niet onderhevig is aan de schommelingen van de beurs, de Arcopar D aandelen’.  Ze deed die uitspraak in het ledenblad in september 2008, vier dagen na de val van Lehman Brothers.

Tijd dus voor een conclusie, of toch die van de meeste politici in dit land (laten we het Europees oordeel afwachten). Een spaarder – Arco, bijvoorbeeld – hoeft geen verliezen te dragen en kan dus rustig roekeloos speculeren. Een belegger draagt zijn verliezen, draagt als belastingbetaler ook de verliezen van spaarder Arco, en wordt daarbovenop liefst gedemoniseerd en zo zwaar mogelijk belast.

Goed dat Ben Graham dat niet meer hoeft mee te maken.

Pierre Huylenbroeck
Pierre Huylenbroeck

Pierre Huylenbroeck is de auteur van 'Iedereen belegger' en uitgever van Mister Market Magazine, boordevol beursinzichten en een door de abonnees te volgen reële portefeuille die een jaarlijks gemiddelde return van ruim 10% realiseert.

Met zijn diploma Handelsingenieur van de VUB op zak, ging hij in 1991 aan de slag in de marktenzaal van Indosuez Bank België (later CERA/KBC) die de strijd aanging om het mandaat van grote bedrijfskredieten. Hij werkte er leenvoorwaarden uit via opties, swaps en rente-instrumenten. Drie werelden gingen tegelijk voor hem open: de opwinding van de marktenzaal, de deugden en gevaren van afgeleide producten, de interne keuken van de corporate finance. Een vierde wereld was al langer open, sinds zijn prille studententijd: de wereld van de beurs.

In 1993 ging hij aan de slag bij De Financieel-Ekonomische Tijd. Hij werkte er opeenvolgend als journalist, als chef Markten & Conjunctuur en Geld & Beleggen, als nieuwsmanager, als senior writer en, van 1 mei 2009 tot 31 augustus 2011, als hoofdredacteur. Doorheen de jaren schreef hij meer dan duizend commentaren, opiniestukken, analyses, reportages en interviews. Vaak over economie en politiek, meestal over de beurs en beleggen.

Ook schreef hij reeds vier boeken: 'De Reuzen van de Beurs' (2000), '40 Meesterwerken uit de Financiële Geschiedenis' (2006), '100 Essentiële Wijsheden over Beurs en Beleggen' (2010) en 'Iedereen belegger' (2015).

TAGS
, , ,
Gerelateerde artikels

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *