Ongrondwettelijke effectentaks

Het Zomerakkoord van 2017 voerde de zogenaamde effectentaks in, die enkel werd geheven op effectenrekeningen met een waarde van minimaal 500.000 euro. Het ging om een jaarlijkse heffing van 0,15%. Volgens menig jurist was dat het eerste signaal dat de vis aan de kop begon te stinken. Ellenlange pagina’s met opmerkingen deden zelfs vermoeden dat het niet alleen ging om amateuristisch geklungel. Maar dat het eerder een politiek berekende zet was om de taks toch niet al te lang te handhaven. Dat het Grondwettelijk Hof de ongrondwettelijke effectentaks naar de prullenmand torpedeert, hoeft niemand te verbazen.

Ongrondwettelijke effectentaks

Het Grondwettelijk Hof noemt de effectentaks ongrondwettelijk. Het zou immers het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie niet respecteren. Dat was voor menig jurist meteen duidelijk na het lezen van de wetteksten.

De ongrondwettelijk effectentaks zou immers de sterkste schouders viseren, maar ging wel heel selectief te werk. Het ging immers enkel om effectenrekeningen van natuurlijke personen en niet van vennootschappen. Bovendien werden aandelen op naam expliciet uitgesloten, net zoals opties, vastgoedcertificaten, swaps of levensverzekering. Dat het Grondwettelijk Hof zo’n verschil in behandeling onredelijk vindt, is de logica zelve. Daarnaast is het ook nog eens mogelijk om de effectenrekening op naam van meerdere titularissen te zetten om zo aan de taks te ontsnappen. Ook dat vond het hof onredelijk. En dus verklaarde het de effectentaks ongrondwettelijk.

Echter maakte het Grondwettelijk Hof meteen duidelijk dat de gevolgen blijven gehandhaafd voor de referentieperiodes tot 30 september 2019, waardoor de Staat de reeds betaalde belastingen niet moet terugbetalen. Uiteraard om de regering budgettair en administratief niet in de problemen te brengen, zoals het dat eerder ook al deed na het vernietigen van de Turteltaks en de fairness taks. Absurd, want zo kan een regering een ongrondwettelijke taks invoeren, inkomsten incasseren en ze vervolgens ook houden wanneer het toch maar ongrondwettelijk blijkt te zijn.

Wat zijn de gevolgen voor jou?

De effectentaks die je voor inkomstenjaar 2018 hebt betaald, wordt niet geannuleerd. Je krijgt dus niets terug.

Voor de periode die loopt vanaf 1 januari 2019 tot en met 30 september 2019 blijft de effectentaks eveneens verschuldigd. De bank zal dus nagaan of de gemiddelde waarde van de belastbare effecten meer dan 500.000 euro bedraagt en, indien dat het geval is, de effectentaks innen. De bank zal de effectentaks eind december dan aan de belastingdienst doorstorten. Indien je effectenrekeningen hebt bij verschillende banken en de drempel van 500.000 euro bij één of meer banken niet overschrijdt, kan je via een opt-in toestemming geven aan de bank om de belasting in te houden en aan de fiscus te betalen. Ik raad aan om dat niet te doen en om medio 2020 zelf een aangifte te doen.

Lees meer: Alles wat je wil weten over de speculatietaks

Enkel voor de periode die loopt vanaf 1 oktober 2019 tot en met 30 september 2020, wordt er geen belasting op effectenrekeningen meer geheven. Tenzij de regering in lopende zaken ingrijpt of een volgende regering de opmerkingen van het Grondwettelijk Hof ter harte neemt. Door de vele wijzigingen die op korte termijn nog zouden moeten gebeuren en de aanhoudende politieke onduidelijkheid, lijkt mij dat echter onwaarschijnlijk.

Bezwaarschrift blijft mogelijk

Procedureel blijft het mogelijk om je tegen de reeds betaalde taks te verzetten. Voor de referentieperiode 10 maart 2018 – 30 september 2018 heb je daarvoor de tijd tot 31 december 2019. Voor de referentieperiode 1 januari 2019 – 30 september 2019 tot 31 december 2020.

Hiervoor moet je een bezwaarschrift indienen bij de fiscale administratie. Het valt te verwachten dat je dan wel tegen elf ogen moet dobbelen. De fiscus heeft nu eenmaal de uitspraak van het Grondwettelijk Hof onder de arm en zal hoogstwaarschijnlijk geen gevolg geven aan je bezwaarschrift, waardoor je een gerechtelijke procedure moet opstarten. Omdat het niet mogelijk is om een beroep te doen op de beweegredenen van het Hof, is het moeilijk om de slaagkans van zo’n procedure in te schatten.

Omdat het nog niet duidelijk is of de overheid uiteindelijk alsnog zal moeten afzien van de ongrondwettelijke effectentaks, kies je beter niet voor een opt-in. Anders zal je later zelf een bezwaarschrift in moeten dienen en achter de verschuldigde belasting aan moeten hollen, in plaats van gewoon niet te betalen. Gebeurt er niets, dan moet je wel zelf online een aangifte doen. Maar dat is natuurlijk veel eenvoudiger. Nog even de kat uit de boom kijken, luidt dan ook het advies.

Lorenzo Risack
    Lorenzo Risack

    Lorenzo is jurist en heeft een passie voor het geschreven woord. In een vroegere carrière sleutelde hij aan juridische publicaties en had hij zijn eigen juridisch adviesbureau. Tegenwoordig schrijft hij zowel voor Belgische als Nederlandse media over het ondernemerschap en juridische kwesties. Dit doet hij ook via zijn juridische nieuwsdienst Rechtenkrant.be. Ook voor De Beleggersgids schrijft Lorenzo over juridische thema’s met betrekking tot investeren, beleggen en vastgoed. Dit doet hij op een typerende en eigenzinnige manier.

    Gerelateerde artikels